Hoe kunnen instellingen voor volwasseneneducatie kwetsbare
lerenden aantrekken en behouden?

Steekproef

  • 7 docenten werkzaam in instellingen voor volwasseneneducatie.

  • Directeuren van onderwijs- of trainingsprogramma's (n=3), Leercoaches (n=2), Leerconsulent (n=1), Programmacoördinator (n=1).

  • De deelnemers werden geselecteerd op basis van hun betrokkenheid bij trainings- en onderwijsprogramma's voor volwassenen.

Methode

  • Kwalitatieve onderzoeksbenadering

  • Iteratief codeerproces middels inductieve (voortkomend uit de gegevens) en deductieve (gebaseerd op eerder onderzoek of theorieën) codes

Dataverzameling

  • Semigestructureerde interviews om flexibiliteit en diepgang in de antwoorden mogelijk te maken.

  • bevraging naar strategieën om volwassen leerlingen te werven, te behouden en te begeleiden.

  • Interviews duurden 45-60 minuten.

  • Schriftelijke en mondelinge geïnformeerde toestemming

  • Atlas.ti versie 24 voor coderen en analyseren van interviews.

Resultaten

Tonen aan dat opleiders en trainers vooral volwassen lerenden aantrekken die intrinsiek gemotiveerd zijn om te leren

Opleiders en trainers ondervinden moeilijkheden bij het bereiken van volwassen lerenden die minder of niet gemotiveerd zijn en passen verschillende strategieën toe om hen te bereiken, aan te trekken en te behouden

Waarom vallen kwetsbare lerenden vaak uit?

Taalbarrière training

Aversie tegen verandering

Sociaal netwerk

Opleidings-achtergrond

Welke strategieën worden door instellingen voor volwasseneneducatie toegepast om hen te werven en te behouden?

Curriculum kenmerken

    • Trainers en opleiders maken gebruik van tussenpersonen of brokers, personen die fungeren als link tussen trainers of opleiders en potentiële cursisten of organisaties die een trainingsprogramma willen aanbieden aan hun werknemers.

    • Pas waar mogelijk het lesprogramma of de training aan de doelgroep en hun leerbehoeften aan.

    • Persoonlijke omstandigheden van lerenden kunnen hun leeractiviteiten verstoren. Als het leerplan of het trainingsprogramma ruimte biedt voor ad-hoc flexibiliteit om de leerling tegemoet te komen, kan uitval worden voorkomen.

    • Creëer een coachingscomponent in het curriculum of trainingsprogramma dat de leerling persoonlijke ondersteuning biedt tijdens zijn leerproces.

    • Creëer praktijkgemeenschappen (communities of practice) binnen het curriculum of trainingsprogramma door lerenden samen te brengen en hen aan een gemeenschappelijk doel te laten werken. Het is belangrijk dat lerenden niet alleen werken, maar dat ze elkaar kunnen stimuleren.

Organisatorische en institutionele ondersteuning

    • Organisaties en instellingen moeten lerenden administratieve ondersteuning bieden bij bijvoorbeeld de registratie- en betalingsprocessen voor het trainingsprogramma. Deze processen kunnen als ingewikkeld worden ervaren door de cursist en kunnen daarom een belemmering vormen om deel te nemen aan leeractiviteiten.

    • Organisaties en werkgevers kunnen deelname aan scholing stimuleren door tijd vrij te maken voor hun werknemers.

    • Organisaties moeten opleiding van hun werknemers zien als een investering. Door de financiële kosten van een trainings- of opleidingsprogramma te dekken, kunnen werkgevers levenslang leren van hun werknemers bevorderen.

    • Een leidinggevende of manager die zelf deelneemt aan trainingsprogramma's kan zijn werknemers motiveren om hetzelfde te doen. Rolmodellen kunnen ook aangeven dat deelname aan trainingsprogramma's gewaardeerd wordt.