Welke individuele en contextuele factoren beïnvloeden of mensen wel of niet deelnemen aan werkplekleren?

Er werd een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd in vier belangrijke academische databases: ERIC, APA PsycInfo, Business Source Premier en Social Science Citation Index.

Systematisch literatuuronderzoek

Zoektermen

“Work-related learning”,

‘‘Workplace learning”,

“Lifelong learning” etc.

Aantal hits

Initieel resulaat: 3137

Duplicaten: 1073

Unieke artikelen: 2064

Selectiecriteria

Actieve beroepsbevolking

Antecedenten voor deelname aan leren (niet voor motivatie of intentie tot leren)

Focus op werkplekleren

Resultaat: 73 studies in finale steekproef

Data analyse

Beoordelen van de academische kwaliteit van de artikelen

Aanalyseren van mogelijke antecedenten

Categoriseren in individuele en contextuele antecedenten

Analyseren van consistentie tussen de verschillende artikelen

Resultaten

Antecedenten

Individueel

Contextueel

Individuele factoren

Socio-demografische factoren

Professionele kenmerken

Onderwijsniveau - Hoger opgeleide werknemers nemen vaker deel aan werkplekleren, zoals reflectief leren en informatie zoeken

Leeftijd - Over het algemeen nemen oudere werknemers minder deel aan werkplekleren

Carrière fase - Er is piek in leergedrag in het midden van iemands carrière, welke afneemt richting de pensioensleeftijd

Geslacht - Vrouwen zoeken vaker naar feedback en leren meer van hun collega’s dan mannen

Geslacht - Ondanks verschillen in leervoorkeuren lijkt gender geen grote invloed te hebben op algemene deelname aan werkplekleren

Leeroriëntatie Werknemers met een sterke leerdoelgerichte en zelfgestuurde leeroriëntatie nemen vaker deel aan werkplekleren

Intrinsieke en loopbaanmotivatie Deze werknemers zoeken vaker feedback, delen kennis en blijven op de hoogte van ontwikkelingen in hun vakgebied

Zelfeffectiviteit – Baan- en beroepsgerichte zelfeffectiviteit kunnen op verschillende manieren invloed hebben op specifieke soorten leeractiviteiten

Perceptie van loopbaancontrole Werknemers die controle ervaren over hun loopbaan nemen actiever deel aan leeractiviteiten om vaardigheden en inzetbaarheid te verbeteren

Perceptie van inzetbaarheid Er werd geen verband gevonden tussen waargenomen inzetbaarheid en deelname aan werkplekleren

Persoonlijke eigenschappen

Vaardighedenkloof Werknemers die een vaardighedenkloof ervaren, zijn meer geneigd om aan zelfstudie te doen of van collega’s te leren

Mismatch diploma en functie – Ondergeschoolde werknemers investeren meer in werkplekleren dan overgeschoolde werknemers

Waarden-baan afstemming – De afstemming tussen persoonlijke waarden en kenmerken van de baan speelt een grote rol in leeractiviteiten, waarbij zowel afstemming als een mismatch kan leiden tot deelname aan leeractiviteiten

Contextuele factoren

Tijdelijke contracten – Werknemers met tijdelijke contracten nemen vaker deel aan werkplekleren dan vaste werknemers, waarschijnlijk door de behoefte aan voortdurende bijscholing

Type functie - Werknemers in hooggekwalificeerde functies nemen vaker deel aan werkplekleren, vooral bij functies die technische, algemene of management-vaardigheden vereisen

Taakcomplexiteit en variëteitTaakcomplexiteit maakt het werk boeiender en motiveert werknemers om nieuwe kennis en vaardigheden te verwerven. Daarnaast zorgen gevarieerde taken ervoor dat werknemers feedback zoeken en informatie delen

Autonomie – Meer autonomie op het werk stimuleert werkplekleren doordat het werknemers aanzet tot het oplossen van problemen en het zoeken naar informatie

Stress – Stress heeft een dubbele werking: voor werknemers die gericht zijn op het vermijden van risico’s werkt stress als een motivator, terwijl het voor werknemers die gericht zijn op het behalen van doelen een belemmering kan zijn

Het Nieuwe Werken (HNW) – Toegang tot organisatorische kennisheeft een positieve invloed op werkplekleren, terwijl andere aspecten van HNW geen directe effecten hebben

Kenmerken van de organisatie

Functiekenmerken

Een positief leerklimaat - Een positief leerklimaat binnen de organisatie moedigt medewerkers aan om actief te investeren in hun professionele ontwikkeling. Leerklimaat bestaat uit de volgende 5 elementen:

  1. Leerleiderschap: Ondersteunende en participatieve leiders bevorderen werkplekleren door tijdige feedback en aanmoediging tot ontwikkeling.

  2. Kansen om te leren: Werkplekken die continuïteit in ontwikkeling en formele leermogelijkheden bevorderen, zoals coaching en gestructureerde programma’s, verbeteren de betrokkenheid bij werkplekleren

  3. Ondersteuning voor leren: Positieve sociale dynamiek, zoals werkrelaties en sociale interactie, verhoogt de leerbetrokkenheid. Gebrek aan steun kan leiden tot isolatie en verminderde betrokkenheid

  4. Ruimte voor leren: Tijd en psychologische veiligheid zijn cruciaal voor werkplekleren. Werknemers die zich veilig voelen om fouten te maken, leren effectiever

  5. Kennisdeling: Kennisdeling via collegiale gesprekken en feedback is essentieel voor werkplekleren. Beperkingen in toegang tot informatie en gebrek aan kennisopslagsystemen belemmeren het leerproces

Organisatorische structuur en HRM-factoren - Decentrale structuren en goede HRM-praktijken zoals performance evaluaties en ontwikkelingsplanning bevorderen werkplekleren. Rigide structuren en gebrek aan transparantie in HRM-systemen kunnen leren belemmeren

Arbeidsmarkt condities - Werknemers in Scandinavische landen, vooral Noorwegen, hebben meer toegang tot leer- en ontwikkelingsmogelijkheden dan werknemers in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, waar deze mogelijkheden beperkter zijn